‘Het was kunst; niet écht.’ Brief aan een schaap

Deze brief verscheen op 26 augustus in de Volkskrant, als onderdeel van de zomerserie Brief aan een kunstwerk.

***

Lieve vriend,

Hoe gaat het met je? De laatste keer dat we elkaar zagen speelde je bronchitis op. Koutje gevat na een scheerbeurt. Niet verwonderlijk, je bent al achttien: stokoud, voor een schaap. Ik vond je ook mager trouwens, eet je wel genoeg? Maar wees gerust, ik zal je niet bemoederen.

Zelfmedelijden is jou vreemd. Weet je nog die keer dat ik jou vergeleek met een uitgehongerd Afrikaans kind? Ik doelde op een beroemde foto uit 1993, maar voor ik het kon uitleggen, had jij die vergelijking geïrriteerd weggewuifd. Ik wil er toch nog even op terugkomen. We lagen destijds te kletsen in de wei en het gesprek kwam, zoals vaker, op jouw fifteen minutes of fame: die ene film (ik noem de titel niet, anders ga je weer steigeren) waarin jij vijf minuten hijgend en rochelend op je rug in het gras ligt.

Je poten steken stakerig de lucht in en je bent helemaal alleen, zo lijkt het. Het ziet er niet best uit, want een schaap dat te lang zo ligt gaat onherroepelijk dood. De maag kantelt en – afijn, laat maar.

De eerste keer dat ik je zo zag, kon ik niet nadenken. Spaans benauwd kreeg ik het, alsof iemand op mijn borstkas was gaan zitten. Ik kon alleen machteloos kijken, naar je kwetsbare buik die met elke reutelende ademteug op en neer ging, je lieve snuit, je natte neus en je ogen, die tijdens die ellenlange vijf minuten soms open maar meestal dicht waren. Ik voelde de paniek door mijn lijf gieren, maar was net als jij verlamd.

De tweede keer dat ik jouw martelgang voor ogen kreeg, werd ik boos. Boos op degene die jou in deze penibele situatie had gefilmd in plaats van overeind gehesen: kunstenaar Jeroen Eisinga. Boos op de voorbijrazende trein achter je. Op het onverschillige Hollandse landschap, op de kievit die wel roept, maar nog geen vlerk uitsteekt om te helpen. Pisnijdig op mezelf ook, ramptoerist die stiekem geen genoeg kreeg van jouw amechtige gezucht en de aangrijpende gelatenheid waarmee je lijkt te wachten op wat komen gaat.

Pas later, toen jouw beeltenis me jarenlang had achtervolgd en ik ’s nachts, in plaats van ze te tellen, wanhopig gekantelde schapen overeind probeerde te duwen, begreep ik hoe goed die film met jou als steracteur eigenlijk is. Hoe prachtig en keihard de machteloosheid tegenover het lijden van een ander wordt verbeeld, evenals de ambivalentie ten opzichte van mensen die dat lijden vastleggen, fotografen, filmers, journalisten.

© Kevin Carter, Soedan, 1993

© Kevin Carter, Soedan, 1993

En toen dacht ik aan die gruwelijke foto van de Zuid-Afrikaan Kevin Carter, waarop een graatmager Soedanees jongetje liggend op de grond lijkt te wachten op de dood, met achter zich een hunkerende gier. Carter won er in 1994 de Pulitzer Prize mee, maar werd ook verguisd. Waarom had hij dat kind niet geholpen? Ik herkende hetzelfde machteloze gevoel dat mij overviel toen ik jou voor het eerst zag, liggend in de wei. Jij wilde er niets van weten. ‘Appels en peren!’, blaatte je boos. ‘Ik was geen moment in gevaar. Het was kunst; niet écht. Jeroen en zijn broer hebben me na vijf minuten weer netjes overeind geholpen, alles in goed overleg. Dat arme, stervende kind – dat was echt! En híj heeft nooit inspraak gehad. Híj verdient jouw medelijden. Ik zou mezelf nooit met hem durven vergelijken en jij als zogenaamde kunstcriticus zou beter moeten weten.’

Dat laatste was onder de gordel, makker. Maar ik vergeef je. Ik zeg alleen nog dit: het maakt niet uit dat ik weet dat jij in de film niet echt geleden hebt. Net zomin als het uitmaakt dat ik nu weet dat het jongetje op de foto niet stervende was en dat de fotograaf de gier naderhand heeft weggejaagd (lees zelf maar op internet).

Alsof we ooit de waarheid hebben kunnen destilleren uit één enkele contextloze foto, één enkele opname. Het ging mij in die vergelijking puur om de overtuigingskracht van het beeld. Zowel Jeroen Eisinga als Kevin Carter ging met de werkelijkheid aan de haal en slaagde erin mij volledig van mijn stuk te brengen. Dat was alles en dat is razendknap.

Dag, ouwe mopperaar van me. Blijf je overeind? Ik brei een warme sjaal voor je, die neem ik de volgende keer mee.

Tot gauw,

Merel

Titel Arm Schaap

Jaar 1997

Kunstenaar Jeroen Eisinga

Collectie o.a. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

© Jeroen Eisinga: Arm Schaap (still), 1997

© Jeroen Eisinga: Arm Schaap (still), 1997

© Jeroen Eisinga: Arm Schaap (still), 1997

© Jeroen Eisinga: Arm Schaap (still), 1997

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s