Beter dan het leven zelf. Over het snapshot-universum van Ryan McGinley

Dit stuk over de Amerikaanse fotograaf Ryan McGinley verscheen op 19 juni 2015 in de Volkskrant, ter gelegenheid van de tentoonstelling Ryan McGinley: Photographs 1999-2015 in Kunsthal Kade, Amersfoort. Deze tentoonstelling is inmiddels voorbij, maar de tekst is gebleven. Ik heb wel de verwijzingen naar Kade zoveel mogelijk weggehaald, zodat het niet al te pijnlijk is voor hen die de tentoonstelling niet zagen. U hebt echt iets gemist trouwens.

***

Photography is where we live’. Die zin komt van Ryan McGinley en daarmee bedoelt hij niet dat de fotografie een doorzonwoning is, met drie slaapkamers, een open keuken en een tuin. Nee, voor McGinley, een lange bleke dertiger uit de New Yorkse vrijgevochten skate-/post-grunge-/neo-hippie-/street cool-scene (wacht nog even met de pagina omslaan), is fotografie een aftandse stacaravan ergens in de ruige wildernis. Of een afgelegen hooischuur of de oever van een bergbeekje, waar de Amerikaanse fotograaf rondhangt met zijn vrienden, à la de schrijver Henry David Thoreau het merg uit het leven zuigt en werkt aan zijn immer uitdijende en buitengewoon populaire oeuvre. Voor hem is fotografie het leven zelf – of zelfs: een plek die beter is dan het leven zelf.

McGinley schreef zijn zin in het voorwoord van een tijdschriftachtig boekje, getiteld ‘The journey is the destination’. In die publicatie trakteert hij op een blik achter de schermen van zijn fotografische snapshot-universum, dat zich vanaf 2000 als een olievlek over de kunstwereld verspreidde en waarin veelal broodmagere en meermaals poedelnaakte jongeren tegen de achtergrond van overweldigende landschappen het leven vieren door zich lachend van rotsen af te storten, in bomen te klimmen, gezellig samen onder de douche te vergaderen en eindeloos jong en mooi en sexy te zijn.

Ryan McGinley, Coco's Cliff, 2009. Particuliere collectie. Courtesy: Ryan McGinley/ Team Gallery, New York

Ryan McGinley, Coco’s Cliff, 2009. Particuliere collectie. Courtesy: Ryan McGinley/ Team Gallery, New York

© Ryan McGinley: Hysteric Fireworks, 2007

© Ryan McGinley: Hysteric Fireworks, 2007

De camera legt alles vast. Niet alleen de magische momenten die McGinley later afdrukt en ophangt aan de tentoonstellingswanden, ook dat wat ertussen en erachter zit: de verveling, het melige samenzijn en het gesleep met trampolines, luchtkussens, lampen, ladders, veiligheidsriemen en zelfs luchtballonnen – alles wat nodig is om McGinley’s ogenschijnlijk moeiteloos tot stand gekomen foto’s te creëren.

‘Het leven is gewoon spannender met een camera in mijn hand’, schrijft McGinley. Hij woont in zijn foto’s, zoals Slauerhoff in zijn gedichten, maar niet omdat hij niet anders kan. Omdat hij niet anders wíl. Hij is dus van plan om er nog wel eventjes te blijven, in die fotografie. Dat is zijn goed recht natuurlijk. En belangrijker: de fotograaf die al op zijn 23ste een tentoonstelling had in het Whitney Museum of Modern Art in New York stuurde ons vanaf zijn tijdelijke woonplekken af en toe prachtige ansichtkaarten.

© Ryan McGinley: Lily (Black Eye), 2005

© Ryan McGinley: Lily (Black Eye), 2005

Ryan McGinley, Jake (Cannes), 2005. Collectie agnès b. Courtesy: Ryan McGinley/ Team Gallery, New York

Ryan McGinley, Jake (Cannes), 2005. Collectie agnès b. Courtesy: Ryan McGinley/ Team Gallery, New York

Een aantal van zijn foto’s sloot het afgelopen decennium een ijzersterk verbond met het geheugen en gaat daar zeker weten nooit meer vandaan. Oja, díe: de blote jonge vrouw met het blauwe oog, die tegen de achtergrond van een zinderende zandvlakte oneindig ongenaakbaar een sigaret aansteekt. En die: de getatoeëerde jongen die, één oog dicht tegen het felle licht, vanuit groen water omhoog klimt. Een naakte nimf die in een nevelige supermarkt omhoog springt. Gespierde lichamen rennend over de snelweg, als overstekende herten, richting arcadische heuvels.

© Ryan McGinley: Dakota (Hair), 2004

© Ryan McGinley: Dakota (Hair), 2004

© Ryan McGinley: Highway 2007

© Ryan McGinley: Highway 2007

Je hoeft niet per se in deze manier van leven te geloven om te worden overtuigd door McGinley’s foto’s. Dat het er in hippiecommunes vaak minder rooskleurig aan toegaat en dat zijn eigen vriendenclub echt geen uitzondering zal zijn, doet niets af aan de beelden, die als béélden overtuigen en in hun vrolijke onbezorgdheid doen denken aan de onschuldige, experimentele foto’s van springende mensen die het Franse zonnekind Jacques Henri Lartigue aan het begin van de vorige eeuw maakte.

Dat is ook het slimme aan McGinley’s tactiek: hij heeft nooit beweerd dat hij documentaire maakt. De making-of-foto’s uit The journey is the destination onderstrepen dat nog eens. Kijk, zegt McGinley daarmee, mijn foto’s lijken wel snel geschoten, maar moet je zien wat er allemaal komt kijken bij het maken van die ‘kiekjes’. Hij werkt snoeihard aan het achteloze image van zijn foto’s.

© Ryan McGinley: Deep Creek (Hot Springs), 2005

© Ryan McGinley: Deep Creek (Hot Springs), 2005

Die liefde zit erin gebakken. De fotograaf belichaamt eigenlijk twee kort op elkaar volgende generaties. Hij is een kind van de jaren negentig, waarin fotografen als Juergen Teller, Wolfgang Tillmans en Corinne Day een nieuwe realistische manier van fotograferen introduceerden, gebaseerd op de rauwe en zo eerlijk mogelijke beeldtaal van Nan Goldin en Larry Clark: een soort punk-rockfotografie die enerzijds een tegencultuur van drugs en dwarse vrijbuiters vertegenwoordigde en tegelijkertijd werd omarmd door chique modemerken.

© Corinne Day: Kate Moss voor Vogue UK, 1993

© Corinne Day: Kate Moss voor Vogue UK, 1993

Daar passen McGinley en zijn vriendenclub, waartoe ook de jong gestorven kunstenaar Dash Snow behoorde, prachtig bij. ‘Warhol’s children’ werden ze genoemd door New York Magazine, een verwijzing naar Andy Warhols beroemde Factory, ontmoetingsplek voor allerlei soorten creatievelingen. En ook McGinley werkt op het snijvlak van kunst en commercie, laat zich inhuren voor modelabels als Pringle en maakt beelden die met een pakkende tekst eronder zo als advertentie in een tijdschrift kunnen.

Tegelijkertijd is McGinley, hoewel hij over twee jaar veertig wordt, sterk verbonden met de tieners en twintigers van nu. Het zijn de mensen die terwijl ze opgroeiden altijd een camera op zich gericht wisten. De selfie-generatie, die denkt dat iets niet bestaat wanneer het niet wordt opgenomen of gefotografeerd, en onmiddellijk in een eindeloos bestudeerde pose schiet zodra de smartphone tevoorschijn komt. Mislukte of afwijkende foto’s verdwijnen sneller dan het licht in de digitale prullenbak en wat overblijft is een perfecte, homogene, oersaaie eregalerij.

© Ryan McGinley: Yearbook

© Ryan McGinley: Yearbook

Díe beeldtaal is McGinley’s grootste valkuil, even afgezien van de vraag hoe lang hij en zijn blote dertigersvrienden nog appetijtelijk cameravlees zullen opleveren. Yearbook bijvoorbeeld, als behang uitgespreid over muren en plafonds: een verzameling studioportretten van allerhande (blote, ja tuurlijk) jongeren tegen gekleurde achterwanden. Zwart, wit, dun, dik, verlegen, ingetogen, uitbundig, brutaal – alles is vertegenwoordigd in een afstompende hoeveelheid van politiekcorrecte plaatjes, een Benetton-reclame zonder de panache van Oliviero Toscani.

Blijf nog even in die afgelegen hooischuur wonen, Ryan McGinley! Je bent nog veel te jong om je al te settelen in de studio. Zoek de grotten van Noord-Amerika op, zoals in de magische serie Moonmilk (2009), waarin menselijke figuren opgaan in wonderlijke constellaties van steen en kunstlicht. Richt je camera op de sterrenhemel in het pijnbomenbos, op je vrienden in een boomtop, op springende lijven met bungelende piemels voor mijn part. Maar trek die deur voorlopig nog niet achter je dicht.

© Ryan McGinley: Zach Posessed; Moonmilk, 2008-2009

© Ryan McGinley: Zach Posessed; Moonmilk, 2008-2009

© Ryan McGinley: Blue Breakdown; Moonmilk, 2008-2009

© Ryan McGinley: Blue Breakdown; Moonmilk, 2008-2009

‘Het maakt niet uit wie ik fotografeer, ik word altijd een beetje verliefd op diegene, of eigenlijk is het eerder mijn camera die verliefd op ze wordt. Het kan een jongen zijn, of een meisje, dat maakt niet uit, want het is allemaal bedacht. Het is fictie. Maar mensen kijken nog altijd naar mijn foto’s alsof ze honderd procent echt zijn.’

Ryan McGinley in gesprek met regisseur Gus Van Sant

2 thoughts on “Beter dan het leven zelf. Over het snapshot-universum van Ryan McGinley

  1. Dag Lieve Merel,heerlijk om jouw stem op de radio te horen vanmidaag!Je was (rete)goed!heb de helft gemist omdat ik Henk moest bereiken om te waarschuwen dat je te beluisteren was,ik reed net van Son en Breugel naar huis.enfin ik schaam me datik je al een tijd niet gevolgd heb ,maar ik geef mijzelf huiswerk van nu af meer achter jou aan te lezen,want ik vind je Te leuk,
    Liefs Lies K

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s