‘Er zit een gat tussen de dingen die kunnen en de dingen die écht kunnen.’ Interview met Iris van Herpen

 

Wanneer je verkouden bent, is de ruimte in je hoofd beperkt. Wat heet: soms heb je zowat een koevoet nodig om de boel een beetje los te wrikken in de hoop dat er iets nieuws bij kan. Iris van Herpen is verkouden. Zeg maar gerust snip. Ze draaft op ellenlange hertenbenen door haar propvolle Amsterdamse studio met uitzicht over het grijze IJ, zet thee voor het bezoek en wanneer ze dat gedaan heeft, gaat ze aan tafel zitten met een charmant rood neusje en een pak zakdoeken. Zo. Aan de slag, wil ze maar zeggen.

En dan blijkt al snel dat de ruimte in het hoofd van Iris van Herpen zich niet zomaar door een miezerig koutje op de kop laat zitten. Welnee. Ze moet even inkomen, net als twee jaar geleden, toen we elkaar spraken in Arnhem, waar ze toen nog woonde en werkte en zich langzaam aan het voorbereiden was op de verhuizing naar Amsterdam, maar de aanvankelijke onwennigheid is snel voorbij. Het is ronduit leuk om Iris van Herpen, die liever denkt dan praat en uitroeptekens zoveel mogelijk mijdt, zover te krijgen dat ze enthousiast door blijft babbelen over de nieuwste technologische ontwikkelingen die haar inspireren bij het verzinnen van haar modecollecties.

Over architectuur die leeft bijvoorbeeld. ‘Nouja, niet echt lééft, maar – het zijn bepaalde materialen die reageren op de omstandigheden. Ze groeien, maar ze zijn wel controleerbaar, waardoor je ze bijvoorbeeld zou kunnen inzetten bij het redden van Venetië.’ Ze heeft zich er de laatste jaren ‘een beetje’ in verdiept, in die zogenaamde metabolische architectuur, wat in haar geval betekent dat ze er boeken over leest, online onderzoek doet en contact zoekt met de mensen die zich dagelijks met het onderwerp bezighouden.

 

 

Rachel Armstrong heeft een plan om Venetië te redden door middel van metabolische architectuur

Rachel Armstrong heeft een plan om Venetië te redden door middel van metabolische architectuur

 

 

Vliegen – ook zoiets. Dat kan tegenwoordig hè, net als onzichtbaar worden trouwens. Dat bestaat gewoon. Het vliegen in de vorm van indoor skydiving, een sport waarbij je door een krachtige wind van onderaf de lucht in wordt geblazen en je met je houding kunt bepalen of je omhoog of omlaag gaat (en alles daartussen); onzichtbaar worden door een uitvinding van een Canadees bedrijf dat een stof ontwikkelde die het licht buigt, waardoor je dus gewoon … tja, onzichtbaar bent. Net als Harry Potter. Helaas is de techniek en het patent erop in handen van het Amerikaanse leger, dus daar kan Iris van Herpen voorlopig naar fluiten. Maar het dénken erover. Het fantaseren. Het mijmeren. Dát is waar de speling zit.

 

 

Indoor skydiving

Indoor skydiving

 

 

‘Het mooie van dromen is dat de meeste er al zijn’, zegt ze, met dat licht Gelderse accent van haar dat maakt dat de r een beetje op de w lijkt. Het klinkt cryptischer dan ze het bedoelt. Ze bedoelt dat veel van de fantasieën en wensen die de mens doorgaans heeft, zoals vliegen en onzichtbaar zijn, technologisch gezien al lang mogelijk zijn. Alleen – ze zijn nog niet bereikbaar voor het grote publiek. ‘Ze zijn er, maar ze zijn er ook nog niet. Alles kan in principe, maar wat er op dit moment met die ontwikkelingen gedaan wordt, is niet zo interessant. Er zit een gat tussen de dingen die kunnen en de dingen die écht kunnen.’ En dat gat – daar duikt Iris van Herpen dan in, zo vaak als ze kan. Daar zit de ‘ruimte in mijn hoofd’, waardoor ze weer verder kan. In die abstracte, wetenschappelijke, opwindend futuristische wereld, waarin zich ook grenzeloze kunstenaars als de Canadees Philip Beesley bevinden, met wie ze graag samenwerkt en die haar altijd weer weet te verrassen met zijn ideeën – daarin ligt wat haar betreft de inspiratie voor het oprapen, meer dan in de wereld van alledag. ‘Tja’, zegt ze bijna verontschuldigend, ‘het is gewoon niet zo dat ik thuis kom met een mooie schelp en dan vanuit die vorm een jurk ga ontwerpen’.

Hoewel daar direct een voetnoot bij geplaatst moet worden. Een voetnoot die uit slechts één woord bestaat. Dans. Bijna alles wat Iris van Herpen doet, bijna alles wat ze bedenkt en maakt, heeft te maken met dans, met gecontroleerde beweging op muziek. Die fascinatie was er al vroeg, als jong meisje zat ze jarenlang op ballet. Zoek je naar een rode lijn in haar interesse voor technologische groei, naar iets wat al die verschillende onderwerpen – vliegen, onzichtbaar zijn, groeiende architectuur en natuurlijk ook het 3D-printen, de techniek die tegenwoordig zo’n beetje synoniem is met haar naam – met elkaar verbindt, dan is het dans.

Dat indoor skydiving bijvoorbeeld, wat ze overigens zelf binnenkort gaat doen in een Roozendaalse sporthal, heeft haar aandacht omdat het ‘dans zonder zwaartekracht’ is. ‘De mate waarin jij je lichaam controleert, bepaalt hoe je beweegt in de lucht. Dat is super mooi. Ik fantaseer over een show waarin je alle modellen driedimensionaal in de ruimte kunt laten bewegen. En dat je daarop geïnspireerd de kleding ontwerpt. Dan kun je de zwaartekracht voor het grootste deel loslaten.’

 

 

Iris van Herpen: Voltage S/S 2013 Haute Couture. Foto's courtesy Show Studio

Iris van Herpen: Voltage S/S 2013 Haute Couture. Foto’s courtesy Show Studio

 

 

Iris van Herpen: Voltage S/S 2013 Haute Couture. Foto's courtesy Show Studio

Iris van Herpen: Voltage S/S 2013 Haute Couture. Foto’s courtesy Show Studio

 

 

Ook de show waarin ze haar haute couture collectie Voltage presenteerde, februari 2013, Le Grand Hotel Intercontinental in Parijs, bevatte referenties naar dans. Dat had alles te maken met de Nieuw-Zeelandse technicus Carlos van Camp, ‘een soort experimentele wetenschapper’, die al een tijdje grote shows organiseert rondom zogenaamde Tesla coils. De Tesla-spoel, in 1891 uitgevonden door Nikola Tesla, is een hoogfrequente transformator, bedoeld om zeer hoge spanningen en wisselstromen mee op te roepen. De elektriciteit die ervan afkomt is zichtbaar en heeft de vorm van hele fijne bliksemschichtjes. Carlos van Camp bedacht dat je best op zo’n transformator kunt gaan staan en dat jouw lichaam dan deel wordt van de transformator. Hij ontwikkelde een speciaal pak en organiseert nu spectaculaire shows waarin hij twee mensen op Tesla-spoelen met elkaar laat ‘communiceren’.

Iris van Herpen had een ander idee. ‘Dit was voor mij een nieuwe vorm van dansen’, zegt ze. ‘Het is een van de mooiste dingen die ik ooit heb gezien. Al die stroom komt extreem gedetailleerd uit je lichaam, als een boom vertakt het zich. Een camera kan het niet vastleggen, zo snel gaat het. Het geeft een bepaald geluid, een bepaalde geur. Stroom kun je goed controleren, de spanning verlaat het lichaam altijd vanuit het hoogste punt. Daar kun je mee gaan spelen. Ik zie het als een extensie van het lichaam en van de dans.’ En dus zette ze tijdens Voltage één van haar vriendinnen twee minuten bovenop zo’n Tesla-spoel en liet haar een van tevoren uitgedachte choreografie uitvoeren. ‘Ik wilde de schoonheid ervan laten zien.’

 

 

Tesla Coil performance tijdens Iris Van Herpen Haute Couture Spring 2013 (foto: http://mat3riaprim4.tumblr.com)

Tesla Coil performance tijdens Iris Van Herpen Haute Couture Spring 2013 (foto: http://mat3riaprim4.tumblr.com)

 

 

Spannend was het, in meerdere opzichten. Haar vriendin was volkomen veilig, maar moest uiteraard wel even slikken voordat ze op de transformator stapte. En door de zaal van het Grand Hotel zweefde een elektrische lading die zo sterk was dat iedereen haar voelde en er tijdens de generale repetitie voor zorgde dat ineens alle elektrische deuren op slot sprongen en een verdieping lager de geluidsboxen alleen nog maar geruis voortbrachten. ‘Het was exciting. Heel bijzonder, al duurde de voorstelling in totaal maar één minuut.’

Voltage was sowieso al een exceptionele show. Het was de eerste keer dat Iris van Herpen gebruik had kunnen maken van flexibel materiaal uit de 3D-printer, waar dat voorheen hard en stug was, waardoor haar kledingstukken eerder deden denken aan objecten. Ongeveer een jaar geleden werd ze door twee verschillende bedrijven praktisch gelijktijdig gebeld: Ha, Iris, we hebben het gefikst hoor. Eén van die bedrijven was het Belgische Materialise, waar ze vanaf het prilste begin haar ontwerpen liet printen. Ze ging meteen kijken.

 

 

Iets wat nog het meest

Iets wat nog het meest lijkt op het grove breiwerk van instant soepnoedels

 

 

Iris van Herpen loopt even weg van de tafel en beent de overvolle studio in, waar op dit moment 23 mensen koortsachtig werken aan haar nieuwe collectie, een samengaan van haute couture en ready-to-wear (‘Nee’, glimlacht ze verontschuldigend, ‘ik kan er verder nog niets over zeggen’). Even later komt ze terug met in haar hand iets wat nog het meest lijkt op het grove breiwerk van instant soepnoedels, maar dan wit. Het is buigzaam en tegelijkertijd kauwgomachtig taai materiaal en om eerlijk te zijn spring je er niet meteen een gat van in de lucht. Maar dat is wel wat Iris van Herpen deed toen ze het voor het eerst aanraakte. Nou ja, op haar eigen ingetogen manier dan: ‘Ik ging eh… heel vrolijk naar huis. Ja. Zeker’.

Dit was immers het moment waarop ze al jaren aan het wachten was. Ze had erom ‘gezeurd’ (haar eigen woorden). Ze had op een congreszaal vol directeuren van 3D-printbedrijven laten zien wat het potentieel was van die flexibele materialen, welke toepassingen mogelijk zouden zijn in de mode – alles om deze industrie, die vooral de medische wereld voorziet, te pushen en tot grote hoogte op te stuwen. ‘Voor die bedrijven is het printen van flexibele materialen een langetermijnproject. Dat Materialise mij destijds is gaan steunen is liefdewerk geweest. Kunst is voor dat bedrijf maar een klein onderdeel. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel iets waarmee ze kunnen communiceren met de consument.’

Zodra ze na al die tijd met dat geprinte stukje ‘stof’ in haar handen stond, begon het te malen en te kraken in het hoofd van Iris van Herpen. Vanaf nu was alles mogelijk. Echt alles. ‘Ik dacht: eindelijk, die ene restrictie die ik had – die is er nu niet meer. Dit stukje is een file die ze bij Materialise hebben gemaakt en die toevallig deze vorm heeft. Maar ik kan alle steken gebruiken die ik wil. Ik hoef niet eens in een structuur te denken.’ En toen ze het daadwerkelijk ging toepassen voor Voltage, waarbij ze met ontwerper Neri Oxman en architect Julia Koerner werkte aan twee flexibele 3D-geprinte looks, bleek dat ze zelfs niet over de constructie van de kledingstukken hoefde na te denken. Dat was even wennen. ‘Het staat lijnrecht tegenover wat ik normaal doe. Ook al maak ik een simpele jas, de patronen zijn structureel voor het ontwerp. Daar moet je goed over nadenken, en dan nog zijn er hoeken waar je niet bij kunt, materiaal dat niet meewerkt. Met flexibel 3D-printen heb je die restricties niet. Je hoeft niets in elkaar te zetten, er zijn geen naden.’ Ze won er de Dutch Design Award 2013 mee.

 

 

Iris van Herpen in haar studio Foto © Inga Powilleit voor ELLE

Iris van Herpen in haar studio Foto © Inga Powilleit voor ELLE

 

 

Alles kan. Dat maakt het geweldig, maar ook moeilijker. Hoe is dat, wanneer er geen grenzen meer zijn? ‘O, maar die zijn er nog wel, hoor’, verzekert ze. ‘3D-printen staat echt nog in de kinderschoenen, ook al kan het dan al twaalf jaar. Het is nog steeds prijzig en het kost veel tijd. Ik heb het geluk dat ik mensen ken die het heel goed kunnen, zoals Julia Koerner. Zij kan een schets van mij direct vertalen in algoritmes. Dat is echt een kunst op zich. Ik zou het mooi vinden als ik het kon doorvoeren in de ready-to-wear. Het moet dan wel betaalbaar worden. En de materialen moeten verbeterd worden. Je zou nu best een gebreide trui kunnen printen, maar die is lang niet zo zacht en gaat niet zo lekker zitten als een gewone gebreide wollen trui.’

Dromen genoeg. Want wat als ze dat 3D-printen nu eens zou kunnen combineren met het 3D-scannen? Dan kunnen mensen thuis via de webcam hun maten laten opmeten (dat kan namelijk al bijna, zegt ze, alsof het gaat over een croissantje kopen bij de bakker), die maten doorsturen naar haar webshop, waarna zij een geheel op maat gemaakte outfit uit de 3D-printer kan laten rollen? Klinkt goed, klinkt revolutionair – en het leuke is dus bij Iris van Herpen: dit blijft niet bij dromen alleen. Ze heeft het al helemaal uitgedacht, het is voor haar gewoon een kwestie van wachten. Hoewel ze ook weer niet afhankelijk is van die toekomst.

‘Het 3D-printen is maar een klein onderdeel van mijn werk. Maar het heeft een grote impact gehad op mijn leven. Van nature ben ik gesloten. Samenwerken deed ik niet, maar 3D-printen kun je niet alleen. Er kwam iets moois uit en toen ben ik het meer gaan doen. Natuurlijk fantaseer ik over de toekomst, over hoe het zou kunnen zijn. Maar het gaat om wat die dromen me nú opleveren aan inspiratie. Dát creëert openingen in mijn hoofd. Dat maakt mijn wereld groter.’

 

Sinds november 2013 is de ready-to-wear-collectie van Iris van Herpen bij Dover Street Market in Londen te koop. In februari verschijnt A Magazine Curated By, een internationaal modetijdschrift, dat deze keer werd samengesteld door Iris van Herpen. Meer info op irisvanherpen.com

 

 

Gepubliceerd in ELLE februari 2014.

Foto’s bij het stuk: Inga Powilleit

 

IMG_6706

 

 

IMG_6707

 

 

 

IMG_6708

 

 

© foto Peter Stigter IRIS VAN HERPEN HAUTE COUTURE Paris fall 2012

© foto Peter Stigter
IRIS VAN HERPEN HAUTE COUTURE Paris fall 2012

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s