Capa krijgt kleur

 

Wie in 1950 op skivakantie was in de Zwitserse en Franse Alpen – Klosters, St. Moritz, St. Anton, Val d’Isère – had de kans om op een van de bergen een man tegen te komen met twee camera’s om zijn nek. Een knappe man, met donker haar, borstelwenkbrauwen boven donkere ogen en met ongetwijfeld een nonchalante sigaret in een mondhoek. Hij legde het aan met rijke dames die als paradijsvogels de berg af kwamen zeilen, hun rode lippen en bontgekleurde skipakken fel afstekend tegen de witte sneeuw, met filmsterren en koninklijke hoogheden. De man strooide met kwinkslagen in een charmant Oost-Europees accent en wisselde onderwijl van camera alsof het niets was. In de ene camera zat een zwart-wit rolletje, in de andere kleurenfilm. De man was Robert Capa, de beroemde oorlogsfotograaf.

Robert Capa. Chroniqueur vanuit talloze brandhaarden in de wereld – de Tweede Chinees-Japanse oorlog, de Tweede Wereldoorlog, de Arabisch-Israëlische oorlog, de Eerste Indochina-oorlog. En de maker van die ene iconische foto uit de Spaanse Burgeroorlog, genomen op het moment dat een republikeinse soldaat dodelijk wordt geraakt. Al die bekende beelden zijn in zwart-wit. Dat is hoe de geschiedenis, gezien door Capa’s camera, eruitziet: eindeloos variërend van gruizig grijs tot haarscherp donker en licht. De medeoprichter van het fotoagentschap Magnum wordt zelfs gezien als één van de meesters van zwart-wit fotografie, vanwege zijn scherpe grafische contrasten.

 

 

© Robert Capa/Magnum Photos

D-Day, Omaha Beach, Normandië, 1944  © Robert Capa/Magnum Photos

 

 

 

Robert Capa, [Death of a Loyalist militiaman, Córdoba front, Spain], 1936

Robert Capa, [Death of a Loyalist militiaman, Córdoba front, Spain], 1936

 

Een tentoonstelling in New York brengt daar verandering in. De tentoonstelling Capa in Color in het International Center of Photography presenteert 125 kleurenfoto’s van de zwart-wit meester. Ze verschenen destijds, hoewel lang niet allemaal, in tijdschriften als Life, Collier’s, Holiday en Illustrated, waarna ze in de vergetelheid raakten. Een paar jaar geleden dook weliswaar van zijn hand een aantal kleurenfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog op, maar dat de fotograaf bijna zijn gehele carrière, van 1941 tot 1953, naast zwart-wit ook in kleur fotografeerde – dat is voor de meeste mensen nieuw. Dat het werk nu pas weer te zien is, komt doordat veel van de Kodachrome- en Ektachrome-films die Capa gebruikte tot kortgeleden waardeloos waren vanwege verkleuringen. Ironisch genoeg moesten de historische, analoge beelden dus wachten op het digitale tijdperk voor ze met behulp van Photoshop tot leven konden worden gewekt.

Het is niet de enige reden dat fotohistorici en biografen tot nu toe kleurenblind waren als het op Capa aankwam. Volgens Cynthia Young, tentoonstellingssamensteller en Robert Capa-expert van het ICP, dat meer dan 4200 kleurennegatieven bezit, werd het werk beschouwd als een uitzondering binnen de carrière van de fotograaf. Maar gezien de grote hoeveelheid blijkt nu hoe onterecht dat beeld eigenlijk was. En aangezien het inmiddels ruim 100 jaar geleden is dat Robert Capa als de Hongaarse Andrei Friedmann in 1913 ter wereld kwam, leek dat een mooie aanleiding om de fotograaf onder de loep te leggen en opnieuw te belichten.

Capa in Color nuanceert het beeld van de geëngageerde held die de wereld rondreisde, op zoek naar gewapende conflicten en altijd bekommerd om de underdog. De tentoonstelling vult dat beeld aan, maakt het menselijker. De kleurenfoto’s van Capa zijn aanmerkelijk luchthartiger van onderwerp dan zijn zwart-wit werk. Behalve een serieuze oorlogsfotograaf verkeerde de man graag in het gezelschap van beroemdheden en mooie vrouwen, en die onderwerpen lieten zich juist in kleur dankbaar vangen. Dat frivolere, lichtere werk wordt nu, met terugwerkende kracht, een onderdeel van Capa’s oeuvre, een tegenhanger van zijn zware werk én van zijn door de overlevering tot mythische proporties opgeblazen geëngageerde natuur.

 

 

SPQRWallp-FORUM(RBM)ss

 

 

Tot zover de pr-insteek van het ICP, een van de grootste belangenbehartigers van Capa’s erfenis en gebaat bij het in stand houden van een zo levendig mogelijk beeld van de fotograaf. Belangrijker is de vraag: is het terecht dat de wereld tot nu toe niets afwist van Capa’s kleurige verleden? Hoe hield de beroemde zwart-wit meester zich staande in de verleidelijke wereld van Kodachrome? Was hij net zo goed in kleur als hij was in zwart-wit, of was hij wellicht – dat zou me wat zijn – béter?

Wie door de tentoonstelling wandelt met de zwart-wit beelden op het netvlies zal die vraag in eerste instantie ontkennend beantwoorden. Nee, hij was niet beter in kleur. Ook niet slechter trouwens, wel duidelijk zoekender en nog niet helemaal zeker van wat al die kleuren voor hem als sterk grafisch ingestelde fotograaf konden betekenen, behalve dat ze – nouja: fijn kleurrijk waren.

De meeste van zijn kleurenseries zijn historisch gezien interessant vanwege hun afwijkende onderwerpen. Ze zijn curieus omdat we ze maar zelden zo zagen en esthetisch omdat Kodachrome-kleuren nu eenmaal heerlijk wegkijken. De meeste series missen echter de urgentie en de grafische kracht van het zwart-wit werk.

Het is goed te zien aan de foto’s die hij in 1948 maakte van Pablo Picasso en zijn gezin aan het Franse strand van Vallauris. Picasso in kleur! Zijn zwembroek in kleur – jammer dat die zwart is, maar dat weten we dan maar mooi, het ding had tenslotte net zo goed donkerpaars kunnen zijn! De zee zo mooi blauw!

 

 

Pablo Picasso playing in the water with his son Claude, Vallauris, France, 1948. Photograph: Robert Capa/International Center of Photography/Magnum Photos

Pablo Picasso playing in the water with his son Claude, Vallauris, France, 1948. Photograph: Robert Capa/International Center of Photography/Magnum Photos

 

 

Dat is allemaal heerlijk. Maar uit diezelfde serie komt het beroemde zwart-wit beeld dat door de tijd heen in ons collectieve geheugen is gekropen: dat van de compacte, gedrongen schilder die achter zijn magnifieke, slanke vrouw aan loopt en haar beschermt met een parasol. Die foto is beter, niet alleen wat compositie betreft, maar ook omdat Capa zo duidelijk de capaciteiten van de zwart-wit fotografie ten volle wist te benutten. De donkere rafelige rand van haar rieten hoed steekt prachtig af tegen de lichte stof van de parasol en het tafereel werd gevangen in duizend verschillende zachte tinten grijs. Je mist de kleuren geen moment, zelfs niet nu je eindelijk weet hoe ze eruitzagen.

 

 

Pablo Picasso and Francoise Gilot (in the background is Picasso's Nephew Javier Vilaro), Golfe-Juan, France, 1948, Robert Capa Archive at the International Center of Photography, New York, Copyright 1996 Estate of Robert Capa

Pablo Picasso and Francoise Gilot (in the background is Picasso’s Nephew Javier Vilaro), Golfe-Juan, France, 1948, Robert Capa Archive at the International Center of Photography, New York, Copyright 1996 Estate of Robert Capa

 

 

En zelfs wanneer Capa’s kleurenfoto’s van oorlogssituaties maakte, mist er iets. Een bokswedstrijd, gelummel aan boord van een militair schip dat tijdens de Tweede Wereldoorlog van Engeland naar Noord-Afrika voer; het is alsof je naar een Hollywoodfilmset kijkt. De spanning is afwezig. Die wás er natuurlijk ook minder op zo’n schip, dat wekenlang op zee stoomde, maar de prachtige kleuren helpen ook nog eens niet mee. Het donkergroen van de pakken, het roomwit van de hemden, het diepblauw van lucht en zee – ja sorry hoor, maar dat is gewoon te mooi om waar te kunnen zijn. De Tweede Wereldoorlog door de ogen van Capa – dat blíjven nog steeds die geweldig gevlekte en gruizige beelden van Amerikaanse soldaten die op D-Day het Normandische strand optijgeren. De sfeer van die foto’s, waarop sommige soldaten in het water niet meer zijn dan vage vegen en de horizon eindigt in korrelige grijze mist die net ongewis is als de toekomst van de soldaten, die grimmigheid is ongeëvenaard.

 

 

Robert Capa, [American and British soldiers watching a boxing match aboard boat from England to North Africa], June–July 1943. © International Center of Photography/Magnum Photos.

Robert Capa, [American and British soldiers watching a boxing match aboard boat from England to North Africa], June–July 1943. © International Center of Photography/Magnum Photos.

 

Nu is het wel belangrijk om in het achterhoofd te houden dat in kleur fotograferen voor Capa aanvankelijk vooral een zakelijke strategie was. In de naoorlogse jaren dat hij begon te experimenteren met Kodachrome-films was de tijdschriftenwereld rap aan het veranderen. Er was financieel meer lucht, meer ruimte voor lichtere onderwerpen. Er was meer ruimte voor kleur. De ontwikkelingen werden door menig fotograaf met argusogen gevolgd. Henri Cartier-Bresson, ook een Magnumcollega, zag er niets in: te commercieel, te weinig artistiek.

Robert Capa dacht er anders over. Hij was een scharrelaar, die altijd probeerde klussen en nieuwe opdrachtgevers binnen te slepen. Hij keek met twee brillen tegelijk naar zijn onderwerpen: met een realistische en met een op de markt inspelende roze. De ene blik leverde serieuze journalistieke verhalen op, zoals zijn terugkeer naar Boedapest in 1947 in opdracht van het tijdschrift Holiday, waar hij zag welke gaten de oorlog had geslagen. Dan gebruikten de tijdschriften vooral zijn grafische zwart-witfoto’s, met hier en daar een gekleurd beeld. Met de andere bril ging Capa op skivakantie of op bezoek in Hollywood. Hij leverde glamourproducties af, die in spetterend full color werden gedrukt.

Dat de gekleurde onderwerpen doorgaans niet de zwaarte hadden die zijn oude opdrachtgevers van hem gewend waren, kwam in eerste instantie voort uit een technisch mankement. De Kodachrome-films, op de markt gebracht in 1936, konden niet met dezelfde snelheid worden afgedrukt als de zwart-witrolletjes. Ze moesten terug naar de Kodakfabriek, waar ze volgens een geheim procedé werden ontwikkeld en afgedrukt. Het maakte kleurenreportages langzaam en kwetsbaar. Ongeschikt voor het vastleggen van belangrijke nieuwsgebeurtenissen die snel in beeld moesten worden gebracht. Een foto zoals van de vallende Spaanse soldaat, gemaakt bóven op het nieuws, had het in kleur nooit op tijd gered.

Tussenstand. Zwart-wit Capa versus kleuren-Capa: 1-0. Maar… Capa in Color kent twee magnifieke momenten van kleurrijke revanche. De skiserie die de fotograaf rond 1950 maakte voor Holiday is om twee redenen geweldig. Ten eerste omdat kleur de hoofdrol speelt. De reportage heeft een commercieel randje, aangezien de foto’s van mooie dames en flitsende acteurs in felle skipakken niet alleen een aantrekkelijk beeld moesten geven van de luxueuze wintersportoorden, maar ook reclame moesten maken voor de nieuwste skimode. Dat gegeven buit Robert Capa ten volle uit; de kleuren en de glamour spatten haast van de muren af. Capa nam vaak een lager standpunt in dan zijn onderwerpen, waardoor ze, bezonnebrild en betoverend mooi, verrijzen tegen de blauwe lucht en de witte bergen.

 

 

Robert Capa, [Skier, Zermatt, Switzerland], 1950. © International Center of Photography/Magnum Photos

Robert Capa, [Skier, Zermatt, Switzerland], 1950. © International Center of Photography/Magnum Photos

 

Daarnaast hebben deze foto’s ineens weer die sterk grafische kwaliteit die we van Capa gewend waren. De grote fotograaf was niet te beroerd om fotografietips te geven in Holiday, zoals blijkt uit een tijdschriftpagina in een vitrine, en de belangrijkste tip luidde: vergeet de regels en fotografeer gewoon lekker tegen de zon in. Deed ie zelf ook, en voilà: het leverde geweldige contrasten en mooie warme kleuren op. Op een geweldige foto gemaakt in Zwitserland staan Prins Bernhard, Beatrix en Irene als donkere silhouetten afgetekend tegen het wit van de sneeuw dat versmelt met het wit van de lucht. Hun wollen skipakken met zilveren knopen lijken zwart, maar wie dichterbij komt ziet dat het diep donkerrood is.

De grootste verrassing is echter het kleurenwerk dat Robert Capa in de laatste weken van zijn leven maakte in Vietnam. In 1953 had hij ineens genoeg van al dat cosmetische vertoon. Hij wilde ‘terug naar het echte werk’, schreef hij in een brief aan een vriend, en snel ook. ‘Wat en waar weet ik nog niet, maar het Deauville- en Biarritz- en filmtijdperk is voorbij.’ Niet lang daarna vertrok hij voor Life naar Vietnam, waar hij de Eerste Indochina-oorlog vastlegde, zowel in zwart-wit als in kleur.

Hier is de ‘oude’ Capa aan het werk: serieus, geëngageerd en met twee voeten stevig middenin het slagveld – maar wel in kleur. Hij legde Franse soldaten vast, terwijl ze onder een strakblauwe hemel door de weidse groene velden liepen of langs de weg keken naar een Vietnamese man met een kind en een troepje ganzen. Hij fotografeerde in een serie de pogingen van een groep mannen om een in de sloot gereden fiets weer op de weg te krijgen. De foto’s van soldaten in het gras zouden nooit gewerkt hebben zwart-wit; de soldaten in hun camouflagepakken zouden compleet verdwenen zijn in het veld, hoeveel grijstinten Capa er ook op had losgelaten.

 

 

© Robert Capa / ICP New York

© Robert Capa / ICP New York

 

 

Bovenal tonen die beelden hoe gewoon het leven kon zijn in een land verscheurd door conflicten. Dit zijn geen keiharde actiefoto’s, maar kalme, alledaagse observaties in prachtige tropische kleuren – en mét urgentie, ook nu nog.

Daar in Vietnam nam Robert Capa zijn twee camera’s en schoof ze passend in elkaar. Hij vond zichzelf opnieuw uit als fotograaf – al was het dan maar voor even. Een paar dagen na aankomst klom de man met de twee camera’s een heuvel op, liep op een landmijn en stierf.

 

 

Gepubliceerd op vrijdag 7 februari 2014 in de Volkskrant

 

Het International Center of Photography, gelegen tussen schreeuwend Times Square en de statige New York Public Library, ademt Robert Capa. In 1974 werd het opgericht uit eerbetoon aan de gesneuvelde oorlogsfotograaf door zijn jongere broer, Cornell, die ook fotografeerde en de naam Capa aannam.

Het instituut bestaat uit een fotografieschool, een museum en een archief. Hier wordt de erfenis van Robert Capa, maar ook die van zijn fotograferende vrienden David Seymour (‘Chim’) en Gerda Taro, met zorg gekoesterd. Conservator Cynthia Young, de samensteller van Capa in Color, stelde eerder de tentoonstelling The Mexican Suitcase samen, over de ontdekking in een koffer van de negatieven uit de Spaanse Burgeroorlog van Capa, Chim en Taro.

 

 

***

 

 

‘Ik ben aan het eind van mijn trip in Val d’Isère en heb zojuist opnieuw mijn enkel verzwikt in het nobele gezelschap van de Koningin der Nederlanden.’ Dat schrijft Robert Capa in 1950 aan een vriend. Het fragment is te lezen op de tentoonstelling Capa in Color in New York en daar is ook te zien dat dit niet de enige keer was dat de fotograaf de Nederlandse koninklijke familie tegen het lijf liep op skivakantie.

Een eindje verderop hangt een kleurenfoto van Prins Bernhard met Beatrix en Irene in het Zwitserse St. Anton. In de vitrine ligt een ongedwongen zwart-wit kiekje, waarop Capa, met sigaret, door zijn camera kijkt en de toenmalige kroonprinses, met zonnebril, voorover leunt op haar skistokken, alsof ze er elk moment vandoor kan gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s