Stol de tijd

 

Het was op de Boulevard du Temple in Parijs, vijf graden boven nul, en Wilfried de Jong ging zitten. Zo’n zes meter verderop morrelde fotograaf Marinus Ortelee aan een ouderwetse houten camera obscura. Hij schoof er een cassette in, mat de tijd, liet zijn hand verdwijnen onder een zwarte doek en riep opgewekt, misschien wel te opgewekt: ‘Ben je er klaar voor?’. Wilfried de Jong was er klaar voor. De volgende 38 minuten zat hij doodstil op een koud stenen muurtje en liet de tijd de tijd. Er liepen mensen voorbij, er raasde verkeer langs, een politieauto stopte, een agent kwam aanhollen, maar De Jong keek niet op of om. Hij wist dat al die drukte niet zou beklijven op de gevoelige plaat, dat alleen hij zou overblijven op de foto van Marinus Ortelee: het residu van ruim een halfuur verstolde tijd.

Het resultaat van die fotosessie is vanavond* te zien in de eerste aflevering van Fotostudio De Jong, een tiendelig programma van de VPRO over de wereld van de fotografie. Reisleider is presentator Wilfried de Jong (56), die wekelijks op zoek gaat naar de verhalen achter bekende en minder bekende foto’s. Hij interviewt fotografen, ontvangt studenten van kunst- en fotoacademies, gaat op reportage en mijmert hardop over nieuwsfoto’s in zijn kleine fotogalerie annex studio in Rotterdam. Alles komt aan bod, zegt hij opgewekt, misschien wel te opgewekt, terwijl in de studio van producent Dahl TV in Amsterdam de laatste hand wordt gelegd aan de eerste aflevering. ‘Dit programma gaat van de oude brownie (de eerste lichtgewicht camera van Kodak – red.) tot de smartphone, van analoog tot digitaal en weer terug, en van oorlogsfotografie tot kunst.’

Veel? Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes en grinnikt op een manier die merkwaardig vriendelijk en sardonisch tegelijk is, alsof hij je uiterst sympathiek staat uit te lachen, zoals hij dat ook doet wanneer hij met een uitgestreken gezicht vraagt of je Amsterdamse thee of Rotterdamse thee wilt. Dan weet je: veel bestaat niet. Wat stom dat je dat überhaupt bedacht had.

 

 

Foto: © Wilfried de Jong

Foto: © Wilfried de Jong

 

 

Fotostudio De Jong volgt een magazineformule; het bestaat bij de gratie van enthousiast en nieuwsgierigmakend opgediende verscheidenheid. Een oud en amechtig fotoarchief in Brussel krijgt evenveel aandacht als de nieuwste gril op Instagram, de fotografische evenknie van Facebook en Twitter. Een item over de pasfotopraktijk van een Brabants echtpaar kan moeiteloos overlopen in een interview over de bloedstollende ervaringen in diverse internationale brandhaarden van fotograaf Eddy van Wessel. Fotografie is de schakel, De Jong is de gids, de achterliggende verhalen zijn de kit.

Maar het begin blijft altijd het begin en in dit geval was dat Louis Daguerre, één van de uitvinders van de fotografie. Zo’n 175 jaar geleden legde hij op de Boulevard du Temple in Parijs de eerste menselijke figuren vast: een schoenpoetser en zijn klant. Zij waren de enige twee figuren in een vliedende menigte die gedurende de belichtingstijd relatief weinig hadden bewogen, de rest van de drukte was op de foto weggevallen. Op zijn koude muurtje zat Wilfried de Jong, bijna 200 jaar na dato, na te denken over het stollen van de tijd. Hij dacht ook aan zijn ouders, aan de bakstenen van het gebouw aan de overkant en hoe die precies gestapeld waren, maar waar hij ook aan dacht – er was concentratie, rust. Focus.

 

 

Louis Jacques-Mande Daguerre, Boulevard du Temple, 1838

Louis Jacques-Mande Daguerre, Boulevard du Temple, 1838

 

 

‘Ik zette mezelf stil. Het leven ging aan mij voorbij en ik zat vast. Het was een indrukwekkend moment.’ Een moment dat 38 minuten duurde.

Hij herkende het van de talloze keren dat hij als journalist met fotografen op stap ging en toekeek hoe ze de onderwerpen vastlegden waar hijzelf over had geschreven. Al vanaf zijn 21ste, toen hij als verslaggever begon bij een Rotterdams wijkkrantje en met een fotograferende vriend op verhalen jaagde, denkt hij als vanzelf mee over dingen als locatie, licht, kadrering. Hij voelt de stilte die neerdaalt tijdens het maken van een portret.

‘Fotografie kan heel direct zijn, zoals bij William Klein. Die daagde mensen uit, duwde de camera in hun gezicht: hier, godverdomme, knal voor je kop! Het kan ook heel anders, zachter, dan lijkt het op bespieden. Maar fotografie is altijd stilzetten. Dat is mooi, het geeft verdieping.’

Vandaar dat hij zich ook zo heeft hardgemaakt voor de manier waarop Fotostudio De Jong wekelijks een fotograaf interviewt. Sober. Kaal. De interviewer en de fotograaf beiden op krukjes tegenover elkaar in wat je een Zomergastensetting zou kunnen noemen (minus de wijn). Een gesprek over één foto, groot uitgeprint op de achtergrond, bijna tien minuten lang – het is gewaagd, misschien zelfs wel een zapmoment voor de kijker, maar dat is wat hij wilde.

 

 

Interview met Paul Blanca

Interview met Paul Blanca

 

 

‘Zoiets moet je durven. Je moet durven om die ene foto uit te kiezen en tegen de fotograaf te zeggen: vertel daar nu maar eens over. Wat is het onderwerp, waar werd ie gemaakt, wat hing eromheen toen je die foto maakte, hoe kijk je erop terug? Natuurlijk spreken veel foto’s voor zich, maar er zit vaak nog een verhaal achter dat het beeld kan versterken, een nieuwe lading kan geven. Daar is het mij om te doen. Met televisie kan dat; je kunt iemand horen en zien praten, je kunt een sfeer neerzetten. Een stilstaand beeld geef je zo een duwtje waardoor het verhaaltje gaat lopen. En fotografen kunnen goed praten.’

In zijn fotostudio spreekt De Jong onder andere met Koos Breukel, Charlotte Dumas, Stephan Vanfleteren, Eddy van Wessel, Paul Blanca en William Klein. De gesprekken zijn ‘zwaar’, ze gaan over dood en ziekte, over politieke beslissingen die mensenlevens blijvend beïnvloeden, over bommen die afgaan in oorlogsgebieden en hoe je als fotograaf de chaos vastlegt en over de vraag waarom je dat überhaupt zou willen. ‘Het zijn onderwerpen die kracht hebben’, zegt De Jong. ‘De meest heftige thema’s komen naar boven. Je hoort de dilemma’s waar fotografen mee worstelen: waarom toon ik dit? En de bottomline is eigenlijk altijd: omdat het gezien moet worden.’

Hij is er bewust niet op uit om te oordelen. De foto’s die in zijn programma aan bod komen hebben kwaliteit, maar zijn niet ‘mooi’ of ‘lelijk’. Wat ze vertellen moet interessant zijn. Je moet er ‘andere ideeën’ van kunnen krijgen. ‘Door alleen maar naar foto’s te kijken, kom je in werelden waar je normaal gesproken nooit zou komen. Dat opent poorten in je hoofd. Kijk, ik ben geen dominee. Als je het niet ziet, dan zie je het niet. Maar zet je je poriën open, dan denk je al snel: wat is er nog veel uit die wereld te halen, visueel, maar ook aan gekte en mooie verhalen. Ik ben blij dat ik in sommige foto’s mijn fantasieën kwijt kan, en dat dat louterend werkt.’

 

 

'Dat bloedmooie beton'

‘Dat bloedmooie beton’

 

 

Er zijn beelden die hij al decennia met zich meedraagt. In zijn auto ligt een boek van Gilbert Fastenaekens, een fotograaf uit Brussel die in de jaren tachtig nachtelijke zwart-wit opnamen van Rotterdam maakte. Geen mensen erop, alleen leegte, stenen en ‘dat bloedmooie beton’ in eindeloos variërende grijstonen. Hij is blij dat hij het boek onlangs weer vond, maar voor die ene foto, die van de Silostraat op Katendrecht, was het niet nodig geweest. Het beeld zit op zijn netvlies geplakt.

Hij rijdt er dikwijls met de auto heen, naar de plek waar Fastenaekens zijn foto nam. Er komt nooit iemand, het leven lijkt er stil te staan. Dan zit hij daar een tijdje en kijkt naar de foto in zijn voorruit. 38 minuten? Misschien wel langer nog.

 

* zaterdag 11 januari 2014

 

Fotostudio De Jong. Vanaf vandaag tien weken lang op Nederland 2, 21u20.

Gepubliceerd op 11 januari 2014 in de Volkskrant.

 

 

 

Smartphonefenomeen:

In elke aflevering van Fotostudio De Jong belt Wilfried de Jong met fotograaf Eelco Roos, alias @croyable. Deze IT-er met een grote liefde voor fotografie besloot twee jaar geleden om alleen nog foto’s te maken met zijn smart phone. Via Instagram, online fotografieplatform, groeide hij uit tot een heus fenomeen met (op dit moment) meer dan 350 duizend volgers. Dagelijks post hij esthetische beelden van landschappen, mensen op het strand, spelende kinderen. Met Wilfried de Jong bespreekt hij wekelijks zijn nieuwste foto.

 

 

© Stephan Vanfleteren

© Stephan Vanfleteren

 

 

 

‘Ik had een foto nodig voor het affiche voor mijn theaterprogramma, Non Stop New York. Ik was op Manhattan om te schrijven. Stephan Vanfleteren was er ook een paar dagen op vakantie, met zijn gezin. We spraken af in een restaurant. Na een halfuur fluisterde ik in zijn oor: “Heb je je camera bij je?”. De volgende dag stonden we samen op zijn balkon van hotel The New Yorker. 80 meter lager raasde het verkeer. Stephan vroeg me steeds verder over te hellen. Voor Stephan doe ik alles. Alles voor een goede foto. Het was dat zijn vrouw van het plannetje hoorde en protesteerde, anders was ik met mijn benen over de balkonrand gaan bungelen. Op deze foto klim ik overigens – ongevraagd – naar het balkon van de buren, Stephan staat er al.’

 

 

© Annaleen Louwes

© Annaleen Louwes

 

 

‘Annaleen maakte de foto’s voor mijn eerste boek, Aal, in 2000. Sindsdien komen we elkaar zo nu en dan tegen. Ze maakt nu iedere maand een foto bij mijn NRC-column. Dat doen we bij haar in de studio. Ik hou van haar licht chaotische karakter. Het fotograferen gaat half terloops, half geregisseerd. Al werkend komen de ideeën. Deze foto moest met groente te maken hebben. Ik had andijvie meegenomen. Al improviserend stond ik op een gegeven moment met een blad op mijn hoofd. Dat was nog flauw. Door het voor mijn gezicht te houden en via mijn neus vacuüm te zuigen werd het beeld vreemder. Een soort sm-groentemasker. Ik ben bij haar nooit bang dat het over de top gaat, ze is vrij en streng tegelijk.’

 

 

© Willem de Roon

© Willem de Roon

 

 

 

‘Tijdens het NK wielrennen voor journalisten op een stratenparcours begon het te regenen. Iemand voor mij kneep in de remmen. Ik raakte in een slip, vloog over mijn stuur en gleed met mijn gezicht meters over het asfalt. Het voelde aan alsof ik tot aan mijn huig open lag. ’s Avonds bekeek ik de schade in de spiegel. De volgende dag zou Willem de Roon een persfoto maken voor Sportpaleis de Jong. Ik heb toen verzonnen dat hij me als een aangeslagen bokser moest portretteren. Willem maakte deze grofkorrelige foto waarvan iedereen dacht dat de schaafwonden door een grimeur waren aangebracht. Er waren maar weinig kranten die de rauwe foto wilden plaatsen.’

 

 

© William Henry Fox Talbot, Photomicrograph of Wings, ca. 1840

© William Henry Fox Talbot, Photomicrograph of Wings, ca. 1840

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s