Wat Je Aantrekt (slot): Zelfstof. Frits Marnix Woudstra

‘Oh’, zegt Frits Marnix Woudstra, wanneer het gesprek ten einde is, ‘ik herinner me ineens: ik had het dat eerste jaar steeds heel erg koud. Dat eerste jaar na Lucas. Ik had het vreselijk koud. Terwijl ik het nooit koud heb. Dus ik moest die trui wel aantrekken.’

Die trui – hij draagt hem nu ook, hier in zijn Amsterdamse atelier, waar het fris is en waar de afgelopen uren zacht uitgesproken zinnen zijn mond verlieten en even boven tafel bleven zweven, hun impact uitstellend. Het is een doodnormale, sportieve zwarte trui van Champion, met een capuchon. Het is ook een buitengewone trui, enig in zijn soort, het omhulsel van iemand die niet langer lijfelijk aanwezig is, maar wel zijn vorm achterliet in de stof. Een trui die op die ene foto staat, dat onvergetelijke beeld van een gelukzalig jongenshoofd tussen uitbundig bloeiende bloesemtakken en daaronder dan die trui, herkenbaar aan de witte stiksels op de schouders. De trui van zijn zoon.

IMG_2733

Frits Marnix Woudstra Foto © Zahra Reijs

Twee jaar geleden, op 17 december, maakte Lucas, 24 jaar en ernstig depressief, een einde aan zijn leven. Sindsdien probeert de vader hem op alle mogelijke manieren dichtbij zich te houden. ‘Spartelingen’ noemt Woudstra, kunstenaar, illustrator, schrijver, zijn pogingen. Dat Lucas’ zelfmoord zo verschrikkelijk definitief is, daar wil hij ‘als dromer en praatjesmaker’ maar voor 99,9 procent aan. Daarom begon hij portretten van Lucas te schilderen. En te schrijven, koortsachtig te schrijven. Dagenlang zat hij hier in het atelier en haalde herinneringen op, schreef gesprekken uit en stuurde brieven aan zijn overleden zoon, brieven vol vragen, wroeging, ontroering, woede en humor. En Lucas schreef terug. Beheerst en zelfverzekerd (en soms best streng) roept hij zijn tobbende vader vanuit het hiernamaals tot de orde. De stukken verschenen een paar maanden geleden als boek: Lucas Casimir.

9200000040876844

Schrijven was een houvast, vertelt Woudstra. Het was het enige waartoe hij in de maanden na het verdwijnen van zijn zoon in staat was. ‘Ik kwam hier binnen en begon meteen. Omdat ik in zo’n chaotische situatie zat, kon ik die concentratie opbrengen. En ik werd mijn eigen kind. Ik voelde alles, ik begreep alles, tot aan het einde toe.’

In dezelfde tijd moet hij naar die trui gegrepen hebben. Hij kan zich het precieze moment niet meer herinneren. En waarom hij het deed – ‘Nouja. Die kleren wáren er, en het was Lucas. Het gemis was zo gigantisch, ik deed het om de pijn te verzachten, denk ik.’ Hij voelde geen aarzeling, door het schrijven waren alle barrières weg. Hij glééd erin, zegt hij. En behalve die trui trok hij ook de T-shirts, de broeken, de sokken, sportschoenen, zelfs de onderbroeken van Lucas aan. ‘Het is fijn en vertrouwd om de dag zo te beginnen’, schrijft hij in het hoofdstuk ‘Melancholicaman’, waarin hij ook vertelt hoe hij ’s ochtends na het scheren de aftershave van zijn zoon opdoet.

IMG_2760

Foto © Zahra Reijs

Hij wil contact houden. Aftershave, een scheermes, kledingstukken – ze zijn rechtstreeks verbonden met het lichaam van Lucas. Hij kijkt naar beneden, naar zijn wit met rode Nikes. ‘Je voelt ook echt dat het zijn voeten zijn’, zegt hij. ‘Zíjn billen, als je zijn zwarte boxershort draagt. Ook omdat het je kind is; het ís al van je. Je kinderen zijn uit jouw zelfstof en die van je vrouw gemaakt. De structuur is al aanwezig.’

Het gaat nog verder, zegt hij en nu komt hij op dreef. ‘Wat dit betreft zie ik kleding in een breder verband.’ De hangmat bijvoorbeeld, die in de tuin van het buitenhuisje in Driemond (het ‘Epies Centrum’) door Lucas steevast tussen twee appelbomen werd opgehangen, die hangmat was ‘het verlengstuk van zijn lijf’.

‘Als ik daar ben’, zegt Woudstra, ‘en ik hang die hangmat op, wat ik tot nu toe niet veel heb gedaan, dan zie ik de bolling van zijn lichaam. Dan zie ik waar hij lag.’ Met twee handen schetst hij teder de contouren van zijn zoon in de lucht. ‘Ik denk dat je het misschien zo moet zien: dat het niet alleen deze trui is of deze broek, maar veel méér dan dat. De hangmat is ook weer een kledingstuk. Net zo belangrijk als deze trui.’

IMG_2729

Atelier van Frits Marnix Woudstra Foto © Zahra Reijs

IMG_2784

‘Een Lucas-schilderij’ van Frits Marnix Woudstra Foto © Zahra Reijs

Natuurlijk, hij weet: het zijn maar spullen. ‘Tegelijkertijd is het ook je houvast als je je kind kwijt bent. Je weigert eigenlijk om toe te geven dat ie weg is en niet terugkomt. Dan is het fijn om die dingen te hebben. Kleren. En om opeens te zien, op die iconische foto van Lucas tussen de bloesembomen, dat hij die trui draagt.’

De kleren zitten lekker. Comfortabel. Lucas en hij waren ongeveer even lang. En hoewel hun postuur niet overeen kwam (Woudstra constateert het grinnikend), zodat de spijkerbroek van G-Star bij zijn magere zoon om de benen slobberde en bij hem een stuk strakker zit, past alles hem ‘als een handschoen’. Hij is het alleen niet gewend om merkkleding te dragen, iets wat Lucas juist wel deed.

‘Hij was constant bezig, denk ik nu, met identificeren. Juist omdat ie anders was. Hij was duizend keer slimmer dan de rest, hij doorzag alles. Maar hij viel steeds buiten de groep, hij had moeite om zich te conformeren. Ik wil niet oneerbiedig klinken, maar het was kopieergedrag, zoals bij jongens die allemaal een basketballpetje uit New York opzetten.’

IMG_2777

Frits Marnix Woudstra Foto © Zahra Reijs

In Lucas Casimir schrijft hij: ‘Wist U dat kleren van overledenen, gedragen door bijvoorbeeld de vader of moeder, veel sneller slijten? Zeker bij zolen van schoenen is dit het geval. Iemand sprak mij daar over aan.’ Zelf heeft hij er nog niets van gemerkt. De zolen van Lucas’ sportschoenen waren al behoorlijk versleten toen hij ze ging dragen. Hij denkt er niet zo over na. Behalve de zwarte pet die Lucas vaak droeg, heeft hij alles ook gewoon al in de was gegooid.

‘Ze zullen best gaan slijten. Maar dat is niet erg; ik draag eigenlijk altijd een beetje versleten kleding. Ik denk dat ik heel lang met deze kleren zal doen.’ En dat gat in de knie van zijn spijkerbroek? ‘Zat er al in. Ja. Maak je geen zorgen. Lucas heeft die broek met gat en al gekocht.’

 

Dit stuk werd op 6 januari 2016 gepubliceerd in de Volkskrant.

Frits Marnix Woudstra: Lucas Casimir. Thomas Rap, 19,90 euro.

 

‘Ik draag de kleren van Lucas zo vaak, dat het haast mijn eigen kleren zijn geworden. De driekwart broek met ruitjes, truien, T-shirts. Nu ik wist dat jij kwam, had ik ze op een stapeltje gelegd. Ik dacht: o ja, dit zijn ze. Dat vond ik ook meteen weer zo’n mokerslag. Omdat ik dan weer besef: het is dus echt waar. Lucas is dood en dit is het enige wat er nog is.’

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s